Fietsen met je hond
Fietsen met je hond

Fietsen met je hond

Fietsen is gezond voor hond en baas mits aan een aantal punten aandacht wordt gegeven.

De voorbereiding:

  • Om met de hond te gaan fietsen moet hij minimaal 1 jaar oud zijn. Grote rassen moeten minimaal 1,5 jaar oud zijn.
  • Geef de hond vanaf 2 uur voor het fietsen geen eten.
  • Laat de hond eerst goed uit, zodat hij zijn behoefte heeft kunnen doen.
  • Zorg ervoor dat de hond met warme spieren aan het fietsen begint; dat wil zeggen: bij het uitlaten heeft hij wat los kunnen wandelen ofwel we hebben even met hem aan de riem gewandeld in stevige pas (dit kan eventueel met de fiets aan de hand).

De eerste keren fietsen:

  • Gebruik een vaste halsband, geen slipketting!
  • Laat de hond altijd rechts naast de fiets lopen. Dit is de veiligste plaats voor hemzelf en voor het overige verkeer.
  • Start met de fiets in de linkerhand en de hond aan de riem aan de rechterkant. Wikkel de riem niet om de pols of hand. Ook het handvat van de riem mag niet om de pols! Loop een stukje en spreek de hond vriendelijk toe. Doe zo vaak, tot de hond geen angst voor de fiets meer toont.
  • Loop vervolgens met de fiets aan de rechterkant en de hond aan de riem rechts van de fiets (dus de fiets tussen baas en hond in). Ook dit weer enkele malen herhalen totdat de hond op zijn gemak is.
  • Fiets vervolgens een klein stukje (= 100 - 200 meter) met de hond naast de fiets. Kies hiervoor een heel rustig straatje of een rustig fietspad. Houd hierbij de riem losjes, maar zodanig kort, dat de hond niet voor het voorwiel kan komen. Sla het handvat van de riem niet om de pols, omdat dit tot een val kan leiden in noodsituaties (b.v. hond gaat langs de verkeerde kant van een paal).
  • Laat de hond nooit galopperen naast de fiets; een ontspannen draf is de enige juiste gang. Vooral een jonge hond wil gauw te snel gaan. Dit is niet goed voor zijn gewrichten, dus dwing hem in een rustiger tempo.

Het vervolg:

  • Bouw de fietsafstand heel langzaam op.
  • Denk eraan dat naast de fiets lopen voor een hond veel inspannender is dan de beweging die hij tijdens zijn gewone uitlaat-rondje krijgt. Kies bij twijfel dus voor een kortere afstand.
  • Bij afstanden langer dan 5 km lauw water en een drinkbak meenemen, zodat de hond tussendoor even kort kan drinken (niet teveel tegelijk). Beter wat vaker een beetje water dan een keer een heleboel.

Na het fietsen:

  • Controleer de voetzolen van de hond, om te zien of deze niet beschadigd zijn.
  • Laat de hond even uit, zodat hij zijn behoefte kan doen.
  • Laat de hond tot 15 à 20 minuten na het fietsen niet drinken of geef hem kleine beetjes lauw-warm water. Met koud water heeft de hond de neiging teveel te gaan drinken, wat het risico op een maagtorsie vergroot.
  • Geef de hond tot 1 uur na het fietsen geen voer. Als de hond niet volledig tot rust is als hij voer krijgt, kan hij een maagtorsie krijgen.

Nog wat aandachtspunten:

  • Een hond die niet top-fit is, mag niet naast de fiets lopen.
  • Na een fietstraining volgt minimaal 1 dag rust.
  • Ga niet met de hond fietsen als het warmer is dan 21 oC (risico voor warmtestress, shock).
  • Ga bij warm weer 's avonds fietsen, als het wat afgekoeld is. Let op: de grond (vooral asfalt) kan warmer zijn dan je denkt.
  • Neem een EHBO-setje mee (rolletje verband, sportsok en leukoplast, druivensuiker).
  • Voor ca. €15,- heeft u een eenvoudige fietscomputer, waarmee u snelheid en afstand kunt meten. Zo voorkomt u dat de hond te zwaar belast wordt.
  • Het is wettelijk verboden om meer dan 1 hond naast de fiets mee te nemen.

Bron: https://www.hsvdronten.nl/

Fietsen met je hond